Selecteer een pagina

Onlangs las ik over de vis en de rivier. De vis weet niet dat hij in het water leeft, hij weet niet wat water is en weet niet wat de rivier is. Hij wordt erin geboren, hij leeft er in en gaat er weer in dood. Zich niet bewust van het water of van de rivier. En ondanks dat de vis het niet weet, is het water er wel en de rivier ook, sterker nog, het bepaald voor een groot deel het leven van de vis.

Zo wordt ons leven gevormd en bepaald door onze gedachten, door ons denkende brein. Alles wat we zien en meemaken heeft betekenis door onze gedachten. Stel je neemt een potlood. Jij en ik weten wat een potlood is. Dat heb je als kind ooit geleerd van iemand. Het woord “potlood”, de vorm en het doel van het potlood is allemaal als brokjes informatie in je brein opgeslagen. Als je dan een potlood ziet, dan zoekt je brein informatie op en komt met een plaatje van een potlood (en dat kan er voor jou en mij dus anders uitzien). Tegelijk komen er misschien nog wel andere gedachten boven over potloden. Je krijgt zin om te gaan kleuren, of juist een afkeer. Wellicht is er ook direct de gedachte “ik kan niet tekenen”.

Een vorm krijgt dus een naam en een doel door onze gedachten. Zo werkt dat voor andere (zoog)dieren ook. Maar voor bijvoorbeeld een hond is een potlood niet iets om mee te schrijven of te kleuren. Een hond associeert het wellicht met iets dat je kunt eten.

Ons brein heeft miljarden brokjes informatie opgeslagen. En zodra er iets gebeurt (je ziet bijvoorbeeld iets), gaat je brein aan de slag om de bijbehorende informatie op te zoeken. Maar je brein is geen videorecorder die hele films terug kan halen. Het zijn hele kleine brokjes informatie. En bij het terughalen van die brokjes informatie worden ook foutjes gemaakt. Soms worden er verbanden gelegd die niet juist zijn. En dan geloven we toch dat het juist is.

Als je als kind bijvoorbeeld een keertje een tekening gemaakt hebt en die vol trots aan je moeder liet zien, maar je moeder had net een vervelend telefoontje gehad waardoor ze wat bezorgd keek, dan kan het dat je brein het bezorgde gezicht van je moeder in het brokje informatie over het maken van de tekening heeft opgeslagen. Als je dan later een keer een tekening moet gaan maken, dan haalt je brein de informatie op die bij tekenen hoort en dan komt daar direct het gezicht van je moeder ook naar boven en daarmee wellicht de gedachte dat je niet kunt tekenen. Compleet onterecht wellicht. En toch geloven we dat dan.

Natuurlijk is ons brein super. We kunnen er heel erg veel mee en het brengt ons ook veel. Maar het is ook goed om te beseffen dat er heel veel gedachten zijn die niet waar zijn en niet helpend zijn. Ons brein “denkt” soms dingen op basis van brokjes informatie die onterecht aan elkaar gekoppeld zijn. Zoals de vis zich niet bewust is van het water, zijn wij ons niet bewust van wat ons brein doet om zich dingen te herinneren.

Dus als je binnenkort weer eens ligt te piekeren in je bed, probeer dan van een afstandje te kijken naar je gedachten en ze gewoon langs te laten gaan. Alsof je aan de kant van de rivier staat en alle gedachten als bootjes door de rivier mee laat nemen, zonder dat je in het bootje van de gedachte stapt. De gedachte gewoon laten voor wat het is: “een gedachte”. Misschien kun je zelfs zachtjes naar bepaalde gedachten glimlachen en denken “leuk, daar heb je die gedachte ook weer”.